Logo

Veel gestelde vragen over de bossen en het beheer


1. Welke gronden worden verkocht? 
 
De Nederlandse gronden, totaal circa 770 hectare, zijn inmiddels in samenwerking met de curator verkocht. 
Ook in Frankrijk zijn inmiddels vrijwel alle percelen bosgrond verkocht. Bij de verkoop van de resterende bossen in Frankrijk wordt bemiddeld door de makelaar European SA te Parijs (www.europeansa-online.com).
Bij de verkoop van de bossen in Slowakije, totaal 129 hectare, wordt o.a. bemiddeld door de makelaar LX Reality sro te Lucenec (www.lxreality.sk).
Zie over de verkoop van deze percelen het "laatste nieuws" op deze website.

2. Wat is het mogelijk financieel resultaat van de verkoop van de gronden?
 
Op dit moment is duidelijk dat uit de verkoop van de gronden in Nederland circa € 3.5 miljoen naar Stivru is voortgevloeid. Daaruit werden en worden ondermeer schulden, zoals zakelijke lasten op gronden, van Stivru betaald. Hetgeen resteert wordt gereserveerd voor uitkeringen aan participanten.

3. Is de verkoop van de gronden inclusief dan wel exclusief de bomen? 
De verkoop van de gronden geschiedt inclusief de daarop staande bomen. Dit betekent dat de rooikosten ook voor rekening van de nieuwe eigenaren is. Er is een tweetal onderzoeken gedaan naar de economische haalbaarheid van het voortzetten van het recht van vruchtgebruik. Uit beide onderzoeken is naar voren gekomen dat het economisch onaantrekkelijk is om deze percelen te behouden. Dit betekent dat de onderhoudskosten niet opwegen tegen de te verwachten opbrengsten, nog los van de vraag of Stivru in staat is om die onderhoudskosten te blijven voldoen tot het moment van de kap. 

4. Waarom worden niet alle gronden verkocht?
 
De keuze voor verkoop van de Nederlandse gronden in twee gedeelten is gemaakt door curatoren onder druk van hypotheekhouders. Het te koop aanbieden van de eerste tranche had onder meer te maken met het feit dat hypotheekhouders op gedwongen verkoop van die gronden aandrongen als deze niet binnen een bepaalde termijn "vrijwillig" door curatoren werden verkocht. Dit heeft geleid tot een zekere tijdsdruk. Inmiddels is ook de tweede tranche Nederlandse gronden verkocht. 

5. Wordt de opbrengst van de gronden verdeeld onder de participanten die hun bomen daarop hebben staan of onder alle participanten? 
 
Participanten hebben uit hoofde van de participatieakte recht op een percentage van de toekomstige nettokapopbrengst van een bepaald deel grond. Dit betekent dat de kapopbrengst van de bomen op dat deel grond hen ten goede zou komen.
Geconcludeerd moet worden dat die kapopbrengst niet zal worden gerealiseerd. Zelfs als Stivru in staat zou zijn om het onderhoud van de bomen te blijven financieren - hetgeen nog maar zeer de vraag is - wegen de uiteindelijke opbrengsten niet op tegen de kosten. Dit betekent dat in het geval dat Stivru het vruchtgebruik op deze gronden zou voortzetten, de participanten als collectief minder geld tegemoet zouden zien dan thans met verkoop van de bomen. Omdat geen kapopbrengst op die gronden wordt gerealiseerd zal de opbrengst van die gronden naar het zich thans laat aanzien ten goede komen aan alle participanten. De vraag echter hoe de gerealiseerde gelden verdeeld moeten worden is een vraag die het bestuur van Stivru nog niet heeft beantwoord. Daarvoor zal in overleg met de curator een afwikkelplan ontwikkeld worden dat te gelegener tijd tevens zal worden besproken met de AFM.  

6. Kunt u met een berekening laten zien hoe u tot de kosten en opbrengsten bent gekomen?
 
Er is een tweetal onderzoeken gedaan. Een eerste onderzoek is gedaan in opdracht van Stivru en het tweede onderzoek is door een belangenorganisatie gedaan die dit onderzoek heeft geplaatst op haar website.

7. Is er onderzoek gedaan naar de exploitatiemogelijkheden die eventueel mogelijk zijn op de gronden van GIN, zo ja welke mogelijkheden zijn dit? 
Er is onderzoek gedaan naar het voortzetten van het huidige gebruik alsmede naar de vraag of er percelen waren waarvan verwacht wordt dat daarop bebouwing zou kunnen plaatsvinden. Er is geen onderzoek gedaan naar andere exploitatiemogelijkheden.   

8. Is het mogelijk dat Stivru of participanten de gronden kopen waarvan zij het vruchtgebruik hebben en het onderhoud gezamenlijk uitvoeren?
 
Deze vraag is niet meer van toepassing nu de gronden zijn verkocht.



Bossen in het buitenland


1. Hoe staat het met de schaduwbestanden?
De Stivru heeft onderzoek gedaan naar de gronden en houtopstanden in Frankrijk en Slowakije. Deze bossen zijn deels aangewezen als "schaduwarealen" en zullen door de Stivru worden betrokken in de afwikkeling van de verplichtingen naar de participanten. De huidige waarde van die gronden met opstanden zal echter niet genoeg zijn om de participanten hun volledige inleg te betalen.

2. Is het zo dat de grond die in eigendom is van GIN wordt verkocht om de exploitatie van de andere percelen, met name in Frankrijk en Slowakije, in stand te kunnen voortzetten? 
Het is niet zo dat de Nederlandse gronden die thans worden verkocht slechts worden verkocht om de exploitatie van de percelen in Frankrijk en Slowakije te kunnen voortzetten. Terzake van de gronden is een autonome afweging gemaakt die erin resulteert dat voortzetting van de exploitatie economisch niet zinvol moet worden geacht. Verkoop levert op de korte en lange termijn meer op dan het voortzetten van de exploitatie. Voor Slowakije en voor Frankrijk geldt hetzelfde zodat ook terzake die gronden besloten is ze met de houtopstanden te verkopen.   

3. Worden de tegenvallende opbrengsten van Nederlandse percelen gecompenseerd met de toekomstige opbrengsten van de percelen in Frankrijk en Slowakije?
 
De vraag hoe uiteindelijk de gerealiseerde opbrengsten zullen worden verdeeld is een vraag die door Stivru nog niet is beantwoord. Hierbij past uiterste zorgvuldigheid en daarbij moet rekening worden gehouden met alle verschillende posities en belangen. In dat verband is ook nog niet geheel duidelijk hoe de diverse vorderingen van de diverse participanten zullen worden gewaardeerd; ook dat moet nader worden bezien.